Van Hoek van Holland naar Den Helder


Iedereen heeft zo zijn dromen en ik vind het steeds weer een uitdaging om die dromen werkelijkheid te laten worden.
Al vanaf de dag dat ik zelf begonnen ben met deltavliegen had ik de wens eens boven mijn eigen woonplaats Wageningen te vliegen om daarna in de uiterwaarden van de Rijn te kunnen landen, mijn vleugel weer in te pakken en dan wandelend naar mijn stamkroeg gaan om daar op het terras een pilsje te pakken en na te genieten van de vlucht.
Het heeft 18 jaar geduurd voordat ik deze droom in vervulling kon brengen en het gevoel wat ik had, toen het eindelijk gelukt was kan ik niet omschrijven maar het was een bijzonder prettige emotionele ervaring.
Toen ik anderhalf jaar geleden met Ronald de Bruin in contact kwam en hij me al snel overtuigde dat ik dealer moest worden van de Blokart kon ik nog niet vermoeden dat er een nieuwe hobby voor mij aan zat te komen.
Als eigenaar van een deltavliegschool ben ik voornamelijk in het seizoen veel in het buitenland en in de spaarzame vrije tijd wil ik zelf ook nog wel eens vliegen of tijd besteden aan andere hobby’s.
Nadat ik een aantal keren in Ijmuiden was wezen blokarten kwam er een mooie dag om eens een tochtje te wagen en ben ik samen met een vriend van Ijmuiden naar Katwijk en weer terug gegaan , dit smaakte naar meer.
En zo ontstond er weer een droom: Eens een keer van Hoek van Holland naar Den Helder te blokarten.
Als voorbereiding had ik al een aantal stukken langs de kust uitgeprobeerd en een klein stukje van de Hondsbosche zeewering bekeken maar alles bij elkaar had ik maar de helft van het 115 km lange traject gereden.
De grootste obstakels zijn natuurlijk de zeehaven van Scheveningen en het Noordzeekanaal bij Ijmuiden en in mindere mate de inham bij Katwijk en de buizen van de zandzuiger bij Monster die dwars over het strand liggen.
Het wachten was nu op het juiste moment voor de windrichting, het getij, mijn eigen mogelijkheid en die van mijn assistent Peter die met een volgauto via de openbare weg mee zou rijden.
Na een jaar van dromen en voorbereiden was 9 oktober een dag waarop alle omstandigheden bijna perfect leken te zijn alleen voor de middag gaf de weersverwachting nog een klein koufrontje aan wat niet zo actief zou zijn en misschien wat lichte regen kon geven.
De avond te voren ben ik al naar Den Haag gegaan om daar de nacht door te brengen zo dat ik op tijd in Hoek van Holland kon zijn en niet ergens in één van de files in de randstad zou stranden.
Gezien het getij wilde ik om 9.15 uur kunnen starten vanuit Hoek van Holland, ik kon dan met het laagwater mee omhoog rijden want om 14.32 was het laag in Den Helder
Peter haalde mij met zijn volgauto in Den Haag op en om 8.45 uur waren we op het strand.
De wind was west zuid west ongeveer 4 beaufort een beetje minder als voorspelt maar hij zal waarschijnlijk in de loop van de dag nog wel een streepje aantrekken dus heb ik het 3 mtr zeil ingezet
Om exact 9.15 uur reed ik met een waterig zonnetje richting het noorden, het strand lag er bij als een biljartlaken, de tocht was begonnen.

Vertrek uit Hoek van Holland


Met Peter had ik afgesproken dat hij me in Scheveningen zou opwachten om me rond de havens naar de andere kant te brengen.
Met een kalm tempo ging ik richting het eerste opstakel bij Monster en algauw zag ik de enorme buizen die over het strand liepen, zo laag bij de grond zittend leek het haast onmogelijk om over de buizen te kunnen klimmen maar bij nadere inspectie van de situatie zag ik dat de buizen aan de vloedlijn in het zand waren weggezakt en met vereende krachten
( wel eens geprobeerd een blokart in vol ornaat in de 4 bf wind op te tillen) heb ik hem er net over heen kunnen tillen, toch goed dat ik m’n rubber laarzen aan had.
Met de schoot in een klem-kikker, over een spiegelglad strand en het zonnetje in de nek, had ik het goed naar m’n zin en was het lastige obstakel snel vergeten.
In de verte zag ik de antennes van Radio Scheveningen al.
En in no time stond ik langs het havenhoofd mijn 3 mtr zeiltje op te rollen.
Tijd 9.52 uur, Peter was er nog niet.
De complete blokart zonder mast 10 minuten later in de volgwagen ingeladen reden we snel om de havens heen naar de andere kant.
De wind was nog maar om en nabij 3 beaufort en ik twijfelde over een 3 mtr of toch maar 4 mtr zeil te gebruiken .
Ik besloot opnieuw voor het 3mtr zeil ( minder snelheid maar ook minder krachtsinspanning )
Om 10.27 uur vertrok ik weer uit Scheveningen het was hier al redelijk druk op het strand en met een slakkegangetje reed ik langs de loslopende honden, kinderen en de vaak verbaasde gezichten van de strandgasten die me nastaarden.
Eenmaal het Kürhaus en de Pier voorbij het ik het strand weer bijna voor mijzelf en kon de schoot weer vol aangetrokken worden op naar Noordwijk.
In Katwijk aangekomen moest ik even uitstappen om rond de waterinham te kunnen lopen het zand was hier erg mul maar het was maar 5 minuten lopen.

Een mager zonnetje onderweg


In Noordwijk waar het ook weer behoorlijk druk was moest ik m’n schoot weer laten vieren.
Om 11.04 uur stond er bij de vuurtoren een kleine delegatie, die op de hoogte waren van mijn snode plannen, mij op te wachten.
Hier even een korte pause met wat te drinken en een krentenbol.
Na 16 minuten wilde ik weer verder, het tij wacht niet !
Vertrek dus uit Noordwijk om 11.20 uur.
Onderweg zag ik dat er veel strandtenten werden afgebouwd, soms met enorme kranen en vrachtwagens die het mooie “biljartlaken” aan flarden hadden gereden, een paar keer werd ik daardoor gedwongen om het water te kiezen.
Ook Zandvoort had al veel mensen en dieren op het strand vriendelijk zwaaiend en groetend laveerde ik m’n blokart er tussendoor opnieuw stapvoets.
Ik vind het erg belangrijk dat je andere mensen en dieren die je altijd op het strand zal tegen komen de ruimte geeft, er langzaam voorbij gaat en zo nu en dan eens vriendelijk groet, kortom een stukje promotie en beeldvorming voor deze jonge sport .
Ik heb helaas al te vaak gezien dat er kite buggys en blokarters als dolle stieren rondracen zonder zich te bekommeren om anderen die ook willen genieten van het strand.
Maar goed genoeg gepreekt, nauwelijks Zandvoort verlaten doemt er uit de branding een vrouw van formaat op in badpak zij zwaait naar mij en ik zwaai terug, ik denkt dat zij net zo verbaasd was als ik, het was hooguit een graad of 7 .
Om 12.08 sta ik langs de kade van het Noorzeekanaal in Ijmuiden tot nu toe ging alles van het bekende leien dakje, maar inmiddels was de zon verdwenen en zag de bewolking er dreigend uit.
Snel het zeiltje weer opgerold en op naar de strandtent voor een bakje soep.
Hier heb ik 3 kwartier op Peter met de volgauto moeten wachten.
Toen Peter arriveerde hebben we snel de blokart weer ingeladen en gingen we naar het pontje over het kanaal, daar aangekomen voer de pont net voor onze neus weg.
Het weer begon te verslechteren en de eerste druppels vielen.
Uiteindelijk na de overtocht en wat omzwervingen over het Chorus terrein stonden we om
ongeveer 14.00 uur op het strand van Wijk aan Zee, ruim een uur later als het laagwater tijdstip.
Het regende nu pijpenstelen en de wind was aangetrokken naar een vlagerige 6 bft.
De strook strand was door het opkomende tij en de hardere wind aanzienlijk smaller geworden en ik begon te twijfelen of ik Den Helder wel zou halen.
Om 14.16 vertrok ik uit Wijk aan Zee .
De snelheid was nu natuurlijk een stuk hoger als vanmorgen en ik had “alle hens aan dek” nodig om bij deze vlagerige wind niet om te slaan.
Doordat het voortdurend bleef regenen en mijn bril vol druppels zat was het moeilijker geworden om de verschillende opstakels zoals stukken hout, pallets, kuilen,de verschillende zwinnen nog goed te herkennen, regelmatig moest ik daarom de snelheid wat terug nemen en zeer geconcentreerd blijven opletten.
Toen ik langs Castricum – Egmond – en Bergen aan zee reed was er behalve de mensen die strandtenten afbouwden, geen sterveling meer op het strand te zien.
In Camperduin begint de hondsbossche zeewering (een dijk met een fietspad er op die het duin vervangt) hier was ik van de zomer al eens wezen kijken om te zien of dit voor een blokart te doen is.
Waarschijnlijk om auto’s op deze dijk te weren liggen er kris kras grote basaltblokken en moest ik vaak stapvoets rijden om er tussendoor te zigzaggen.
Ongeveer halverwege deze dijk stond er een vreemde toren op wielen ongeveer 20 meter hoog met boven in een soort cabine, eenmaal dichterbij gekomen zag ik op een bord dat hij van rijkswaterstaat was, pas later hoorde ik dat deze toren gebruikt word voor onderzoek naar zandverplaatsingen aan de kust.
Vlak voor het einde van de dijk aangekomen merkte ik pas te laat dat deze een stuk smaller was geworden, een flauwe bocht had gemaakt waar door ik steeds meer voor de wind was gekomen en ik dus niet meer af kon remmen en bovendien had ik geen flauw idee hoe het einde van deze dijk er uit zou zien, spookbeelden van betonnen paaltjes en prikkeldraad schoten door m’n hoofd.
Links liep de dijk stijl af met onder aan de dijk het kolkende water rechts liep de dijk stijl op met bovenop een hek.
Ik moest proberen tegen de wind in te komen maar veel tijd om na te denken had ik niet .
In een flits besloot ik om rechts tegen de dijk op te rijden en daarna een scherpe bocht naar links te maken om weer tegen de wind in te komen, maar de snelheid was veel te hoog voor zo’n smal stukje en toen ik bijna dreigde om te slaan moest ik toch weer naar rechts sturen en zat ik dus nog steeds in deze penibele situatie die gelukkig goed afliep omdat het einde van de dijk voor een deel overliep in het duin en ik dus met flinke snelheid het mulle zand in kon sturen.Met het hart in de keel realiseerde ik dat dit ook heel anders af had kunnen lopen, duidelijk een minpunt in m’n voorbereiding.
Nog enigszins onder de indruk van het voorafgaande sleepte ik m’n blokart door het mulle zand naar de vloedlijn en vervolgde mijn koers naar Den Helder nog 20 km te gaan.
De omstandigheden waren nog steeds bar en boos, stromende regen een harde vlagerige wind en inmiddels was ik drijfnat tot op m’n hemd, mijn kleding was niet zo waterdicht als ik had verwacht.
Het werd ook steeds lastiger om nog een hard stukje strand te vinden en regelmatig dreigde ik vast te lopen in het mulle zand.
Het was nu echt knokken om verder te komen ik had kramp in m’n linker hand en kon hem alleen nog maar gebruiken om te sturen en ook mijn rechterhand liet het zo nu en dan afweten.
Ik begon me ernstig zorgen te maken of ik het wel zou halen, maar alleen al de gedachte om in het zicht van de haven te moeten stranden gaf me weer kracht om verder te gaan.

Geheel onverwacht ( ik dacht dat het nog veel verder zou zijn ) zag ik op het duin een vuurtoren staan is dit Den Helder?
Toen ik tevens zag dat het strand weer over ging in een dijk moest het wel Den Helder zijn maar ik kon het eigenlijk nog niet geloven .
Stijf en verkleumd liep ik de dijk op naar de vuurtoren, hier stond een bord : Huisduinen gemeente Den Helder , vergeten was alle ellende en een warm gevoel trok door me heen.
Yes I did it schreeuwde ik uit in de bulderende wind.
Op de afgesproken plek het parkeerterrein bij de vuurtoren was Peter nog niet gearriveerd.
In afwachting van Peter en nagenietend van m’n tocht stond ik met klapperend zeil en klapperende tanden bij de vuurtoren te wachten toen er een man naar me toe kwam die vroeg waarom ik met dit beestenweer aan het strandzeilen was.
Nadat ik hem in het kort over mijn tocht vertelde,wat niet meeviel in de harde wind, vroeg hij of hij foto’s mocht maken hij was namelijk fotograaf bij Elseviers week blad, enigszins verbouwereerd stemde ik toe.
Met een duidelijk zeer professionele kamera en een zeempje in zijn hand tegen de waterdruppels op z’n lens maakte hij een serie foto’s.
Inmiddels was er een tweede man bij komen staan die zich schreeuwend in mijn oor ( de enige manier om boven het lawaai van de wind uit te komen) voorstelde als redacteur bij Elseviers weekblad, hij vertelde dat zij bezig waren met een reportage over Den Helder en of hij me een paar vragen mocht stellen.
Met een bloknoot in de ene en een potlood in de andere hand schreef hij mijn antwoorden met grote koeienletters op.
Even vroeg ik me af of dit soms een bizarre droom was maar toen Peter even later arriveerde en me feliciteerde wist ik dat ik niet droomde maar dat ik wel weer één van mijn dromen had gerealiseerd.
Uiteindelijk zijn er maar een paar regels en geen foto in het Elseviers week blad terecht gekomen.
Hieronder het citaat uit Elsevier nr. 42 blz. 29 :

“ Bij Huisduinen kletsen de schuimkoppen op het strand. Opeens doemt een man met helm en paarsrode regenkleding op. Hij duwt een licht gewicht constructie met hevig klapperend zeil voor zich uit. Hij heet Bob Koenders en is strandzeiler. Om kwart over negen vertrok hij uit Hoek van Holland. Om half vier was hij 130 km verderop. Bij de uithoek van Nederland. “

 

Bob Koenders
Nudepark 126
6702 DX Wageningen
bob@deltavliegschool.nl

 


 

Flying Dutchman, Nudepark 126, 6702 DX Wageningen.Tel: +31 (0)317-420656